Het geldisopsisme – ideologie van de economische impotentie

Wat is er toch mis met het economisch beleid van de laatste decennia? Ligt het aan ‘het neoliberalisme’? Velen zijn allergisch voor de term. Men zou het maar rondstrooien zonder te weten wat het betekent. Nu betekent neoliberalisme weinig meer dan het streven naar de uitverkoop van de publieke sector aan monopolisten en renteniers, onder het mom van de ‘vrije’ markt. Maar er is nieuws: we hebben het woord niet meer nodig!

Want we zijn nu allemaal, neoliberaal of niet, ten prooi gevallen aan een nieuwe ideologie: het geldisopsisme. Geldisopsisten hebben maar één overtuiging: het geld is op. Deze ideologie gaat ervan uit dat de overheid geen geld meer heeft en veronderstelt dat er grote rampen gaan gebeuren als de overheid toch meer geld uit gaat geven – ook als er nobele doelen zijn die dat rechtvaardigen.

1348015715_calculatoren-toebehoren-casio-rekenmachine-dr-320tec-14-digits-dr-320ter

John F. Kennedy was, zei hij, Berliner. Maar zoiets zou onze premier nooit zeggen. Die zou zeggen: Ich bin ein Geldisopsist!

Aangezien het geld op is, zijn er veel dingen die we gewoon niet kunnen doen, ook al zouden we het willen. Ook al zou het heel wenselijk zijn. De uiterste consequentie van het geldisopsisme is niet om vrolijk van te worden. Stel dat het geld nog opper is dan op, zoals in Portugal of Griekenland. Dan schrijft het geldisopsisme voor dat het publieke domein wordt verkocht aan de hoogste bieder. Het Parthenon? De haven? Een zwikje eilanden? De waterzuivering? Het rioolstelsel? Het academisch ziekenhuis? Verkoop het aan een oligarch, of aan Goldman Sachs, en er is weer een beetje geld. Totdat ook dat geld op is.

Het geldisopsisme heeft maar één maar: het is flauwekul. Geld kan nooit op zijn. Geld is geen fysiek verschijnsel, het is een reeks getallen op de balans die De Economie heet – preciezer, op de balans van de banken en de centrale bank. En zowel de banken als de centrale bank creëren en vernietigen moeiteloos geld op het toetsenbord van hun computer.

Als er geen geld is, en er is iets Buitengewoon Nuttigs waar we geld aan zouden moeten besteden, dan creëren we dat geld. Althans, zo waren we dat gewend. Hoe denkt u dat al die Erasmusbruggen, Oosterscheldekeringen en Betuwelijnen er gekomen zijn? Het probleem is dat we afstand hebben gedaan van onze munt, zodat het Ministerie van Financiën en de Nederlandsche Bank niet meer mogen doen wat ze gewoon waren te doen: geld creëren. Dat mogen alleen de banken en de Europese Centrale Bank.

Mensen gaan er zomaar van uit dat alleen belastinggeld en staatsleningen een legitieme bron van overheidsuitgaven zijn. Maar dat is een anachronisme uit de periode van de goudstandaard. Landen met een eigen munt, zoals Japan of het Verenigd Koninkrijk, creëren geld door het uit te geven, en met het overtollige bankgeld dat ermee ontstaat wordt meestal staatsschuldpapier gekocht. In de praktijk lijkt het alsof overheden belastingen moeten heffen of geld moeten lenen voordat ze het kunnen uitgeven, maar dat is schijn. Overheden (die geen euro hebben ingevoerd) creëren gewoon geld door het uit te geven. Dit kweekt overtollig bankgeld, en daarmee worden obligaties gekocht – waarvan de (vrijwilige!) verkoop door de overheid een instrument is om de rente te sturen. Belastingen, op hun beurt, verlenen waarde aan de munt en sturen economisch gedrag in een bepaalde richting, maar dienen niet voor de financiering van de overheid.

Maar zelfs landen die een eigen munt hebben – zoals Australië, de VS, het VK – vallen ten prooi aan het geldisopsisme. Tragisch, want bezuinigen midden in een economie vol reële tekorten, terwijl grote problemen (energie, klimaat, voedsel, grondstoffen, armoede, milieu) moeten worden opgelost, is waanzin. Er zit blijkbaar een defect in de menselijke hersenen waardoor de mens bang wordt voor iets dat niet eens kan bestaan: dat het geld op raakt.

Het vreemde is dat de orthodoxe neoklassieke economische modellen er juist van uitgaan dat geld niet eens bestaat. Geld is niet meer dan een wegdenkbaar smeermiddel van de onderliggende ‘ruilhandel’ die wordt verondersteld. Nonsens uiteraard, want een geldeconomie verschilt fundamenteel van een ruileconomie (zo het laatste al bestaat). Geld is altijd en overal een vorm van schuld, en schuld betekent “iets krijgen voor niets, met de belofte in de toekomst meer dan te compenseren.” Dat maakt expansie en groei mogelijk, wat in een ruileconomie eigenlijk niet kan.

De economen die in hun modellen doen alsof geld niet bestaat, zijn als de dood dat het geld opraakt. Maar gelukkig zijn er ook verstandiger benaderingen van de economie.

Als we bedenken dat geld slechts een reeks getallen op de balans van de bank is, dan houden we de echte (reële) economie over: de kennis, de energie, de grond, de elektriciteitskabels, het drinkwater, de machines, de mensen, het eten, enz. Nu kent elke economie overschotten en tekorten. Onze economie bijvoorbeeld heeft een reëel tekort aan duurzame energie, aan mensen in de zorg en in het onderwijs, aan goed onderhouden dijken en dammen, aan schoon water en schone lucht, handhaving van voedselveiligheidsregels, betaalbare (studenten)woningen, kinderopvang.. noem het maar op. En ze heeft gigantische overschotten! En wel in de vorm van honderdduizenden mensen die werkloos thuis zitten maar die graag zouden werken, niet alleen voor het geld maar ook om zich een gewaardeerd lid van de maatschappij en het eigen gezin te voelen.

Misschien heeft u nog nooit zo tegen de economie aangekeken – tegen werkloosheid als overschot aan menselijk kapitaal, in plaats van als tekort aan arbeid. Als dat is zo, dan komt het door het armoedige economische debat, dat wordt gedomineerd door de sekte van de geldisopsisten.

Wat is dan, in dit licht, de rol van geld? Dat is simpel (pakt u even pen en papier): de rol van geld is het mobiliseren van de overschotten om iets te doen aan de tekorten. Al die honderdduizenden mensen die geen bijdrage mogen leveren van de geldisopsisten (behalve dan dat ze met zinloze sollicitatietrainingen worden getergd door een of ander reïntegratiebedrijf) willen dolgraag iets doen aan al die tekorten. Als we er het geld maar voor uittrekken – en geld maak je op de computer – hebben we minder tekorten en minder overschotten. We kunnen mensen omscholen of vaak al direct aan een nuttige baan helpen, als we het maar willen regelen. De overheid kan – uiteraard – niets kopen dat niet te koop is. Maar alles wat in Euroland te koop is voor euro’s, met name dus al die overschotten aan potentiële arbeid, is moeiteloos te koop voor de Eurolandse overheid.

Maar goed, het geld is dus op, en een echte centrale bank hebben we als lidstaten ook al niet meer. Of toch, de ECB in Frankfurt maar die mag van de regels geen geld voortbrengen. En wel omdat de Eurolanden moeten worden “gedisciplineerd” door De Financiële Markten. U hoort het goed: verreweg de meeste andere landen van de wereld hoeven zich van De Financiële Markten niks aan te trekken – omdat ze zelf de rente bepalen, en laat u niks wijsmaken: het betalen van rente over de staatsschuld is een vrijwillige keuze! – maar wij van Euroland moeten zonodig Gekke Henkie uithangen en ons door De Financiële Markten laten disciplineren.

Ik zal het maar zo eenvoudig mogelijk maken: wie zich laat disciplineren door de financiële markten is een bang konijntje. Mogen we alstublieft zelf bepalen of we discipline nodig hebben? Nee, zeggen de technocraten die het Verdrag van Maastricht ineengeknutseld hebben, van geld uitgeven krijg je maar inflatie dus wees blij met die discipline.

Ook dat is weer zo’n dwaas idee. Inflatie krijg je echt niet zomaar. De Japanse overheid, bijvoorbeeld, probeert het al jaren te veroorzaken en het lukt maar niet. Wat is er voor nodig? Een totaal inadequate of zelfs afwezige belastinginning (belasting verleent namelijk waarde aan de munt, omdat je geen belastingen kunt betalen in winterlaarzen of scharreleieren, maar alleen in de overheidsmunt) en schulden in buitenlandse valuta of goud, kunnen leiden tot hyperinflatie. Voor gewone maar problematische niveaus van inflatie is het genoeg als de overheid schaarste niet helpt oplossen maar er steeds meer geld achteraan gooit, met loon- en prijsindexatie. Dat moet je dan ook niet doen; het is wat mis ging in de jaren 1970.

Maar onze huidige economie kan haast niet verder verwijderd zijn van dat inflationaire scenario. Dat komt doordat we midden in een schulddeflatie zitten. Waar het aangaan van schulden geld creëert, zorgt het terugbouwen van schulden (of het afschrijven ervan in faillissement) voor het vernietigen van geld. De inflatie die er wel was – van de huizenprijzen – werd zelfs nooit inflatie genoemd! Maar die ligt dus achter ons. En mensen die veel sparen en aflossen geven weinig geld uit. Kortom, ook al zouden we nog 10% van het BBP meer gaan uitgeven dan nu het geval is aan duurzame investeringen in het oplossen van onze tekorten, is de kans op merkbare inflatie erg klein.

Wist u overigens dat het begrotingstekort van de overheid – noodzakelijkerwijs – het begrotingsoverschot is van de private sector? En wist u dat de staatsschuld (de opeenstapeling van begrotingstekorten uit het verleden) het spaaroverschot is van de private sector? Wie denkt u dat veel van die staatsschuld bezit? Uw pensioenfondsen, uiteraard.

De recessiebestrijdingsstrategie van de VVD en haar coalitiehulpje is eenvoudig: niks doen. Dat werkt altijd! Want hoe erg het ook wordt, als het op zijn ergst is gaat het daarna weer ietsje beter. Dat er in de tussentijd allerlei mensen en bedrijven het slachtoffer worden is dan collateral damage. Dus als de geldisopsisten klaar zijn met het begrotingstekort terugdringen tot het gewenste niveau (en dat is lastig, want als de economie door bezuinigingen krimpt moet je automatisch nóg meer bezuinigen) en er staan opeens weer wat meer vacatures in de krant, dan zullen zij zich voor het ijverige op de handen zitten op de borst kloppen. Bedenkt u dan dat de genoemde, reële tekorten dan nog steeds bestaan.

Hoe kunnen we ooit nog ontsnappen aan het geldisopsisme? Het is immers in Euroland bij verdrag vastgelegd. Moeten we terug naar de gulden, de drachme en de frank? Nergens voor nodig. Het is niet eenvoudig, maar ik zie maar één aangename uitweg: we moeten de Europese Centrale Bank gaan heroveren en weer laten doen waar centrale banken voor uitgevonden zijn: het financieren van de begrotingstekorten die nodig zijn voor een gezonde en duurzame economie. De macht in Brussel ligt uiteindelijk bij de lidstaten. We zullen eerst Nederland, onze collega-Eurolanden, en vervolgens Brussel en Frankfurt moeten bevrijden van die impotente ideologie. Als we het failliet van het geldisopsisme eenmaal begrijpen is het hervormen van het ECB-mandaat een kwestie van tijd. Het geldisopsisme is dood, leve het begrotingstekort!

Advertenties

One thought on “Het geldisopsisme – ideologie van de economische impotentie

  1. Pingback: Geldisopsisme, voor bange konijntjes | schulddeflatie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s