Het fundamentalisme van begrotingsfetisjist Dijsselbloem

De nieuwe minister van financiën Jeroen Dijsselbloem is, als PvdA’er, een sociaaldemocraat. Maar al in de eerste week van zijn beëdiging doet hij er alles aan om dat zo goed mogelijk te verdringen. In de NRC lezen we deze week dat Dijsselbloem in Europa, wat betreft de ‘begrotingsdiscipline’, voor een ‘bikkelharde’ opstelling is. In voorganger De Jager ziet hij een ‘voorbeeld’, aldus de NRC, en hij zal ‘buitengewoon vasthoudend’ optreden ten aanzien van Griekenland.

Het probleem Je zou gaan denken dat Griekenland een notoire draaideurcrimineel is, of een hyperactief kind dat maar niet wil luisteren. Wat is ook al weer het probleem in de Eurozone? Een aantal landen hebben een begrotingstekort en een overheidsschuld die (ver) boven de normen van het Verdrag van Maastricht uitkomen. Dat is vooral gekomen door het redden van banken die men niet wilde laten omvallen, en door de economische crisis die volgde op een lekgeprikte vastgoedzeepbel. (De Griekse overheid heeft verder gefraudeerd, met behulp van Goldman Sachs, maar het is de vraag of daarvoor de Griekse bevolking zou moeten boeten.)

Hardliners Hoe dan ook, hardliners als De Jager en Dijsselbloem willen de betreffende landen daarvoor straffen. De overtreden begrotingsnormen van het Verdrag van Maastricht en het eufemistisch genaamde Stabiliteits- en Groeipact komen ons inmiddels als heel natuurlijk voor, zo vakkundig zijn ze erin geramd. Maar waarom bestaan die eigenlijk? Hoe arbitrair zijn getallen als ‘3%’ (het maximale begrotingstekort als percentage van het Bruto Binnenlands Product) en ‘60%’ (de maximale overheidsschuld als percentage van datzelfde BBP)?

Even de macro-economische achtergrond. Bij het invoeren van de euro is een munt gecreëerd zonder overheid: voor elke individuele lidstaat van de Europese Monetaire Unie is de euro in feite een buitenlandse munt. Dat komt doordat die lidstaten zelf niet de verstrekkers van de euro zijn. De EMU-lidstaten hebben vrijwillig afstand gedaan van de mogelijkheid om rentevrij geld te scheppen om te kunnen investeren in de publieke sector – een mogelijkheid die soevereine staten als de VS, het VK, Japan, Turkije, Zuid-Korea, enz. wel gewoon hebben. Dus terwijl deze soevereine staten, in tegenstelling tot de volkswijsheid, niet afhankelijk zijn van belastinggeld om te kunnen uitgeven, hebben de euro-lidstaten zich gebonden aan de verplichting om staatsuitgaven te financieren uit belastinginkomsten of leningen.

Experiment De Europese Monetaire Unie heeft geen ‘Eurolands’ ministerie van financiën, noch een ‘Eurolandse’ belastingdienst. Daarmee is de euro een uniek experiment, want normale soevereine staten met een eigen munt hebben een ministerie van financiën en een belastingdienst. Daarmee is in Euroland het monetair beleid (van de Europese Centrale Bank) gescheiden van het fiscaal beleid (de uitgaven en inkomsten van de afzonderlijke lidstaten). Euro-lidstaten scheppen geen geld meer.

In zo’n situatie kun je elkaar blijkbaar niet vertrouwen. Want waar fiscaal en monetair beleid normaal gesproken onder één politieke paraplu verenigd zijn, moeten de EMU-lidstaten elkaar in de gaten houden. De angst is als volgt: stel nu dat één lidstaat als een bezetene aan het investeren slaat. Dit land kan profiteren van een groeiende economie voor zichzelf, maar het creëert voor de andere lidstaten inflatie en een dalende wisselkoers voor de euro als geheel (of deze onbewezen theorie ook klopt is een andere discussie). De oplossing: iedereen strak in het korset en gebonden aan een maximum tekort en overheidsschuld.

Vergissing Dit lijkt voor de economische leek op een heel redelijk systeem. Als een bedrijf of huishouden structurele tekorten heeft komt het een keer in de problemen. Dat moet voor landen ook gelden, en daarom hebben we mensen als De Jager en Dijsselbloem nodig die van zichzelf en van de buren ‘strakke begrotingsdiscipline’ eisen. Maar deze gedachtegang is een vreselijke vergissing: de overheid is precies het tegenovergestelde van een bedrijf of huishouden.

Thermostaat Soevereine staten met een eigen munt creëren geld terwijl ze het uitgeven. Ze vernietigen geld door het heffen van belastingen. Hun belastingdienst haalt geen geld op om te kunnen uitgeven, maar om vraag te creëren naar de munt. Het verhogen of verlagen van belastingen en uitgaven dient als een soort thermostaat op de economie, niet als manier om aan geld te komen om te kunnen uitgeven. Wordt de economie ‘te heet’, dan kan de belasting wat omhoog en de uitgaven wat omlaag. En andersom. De overheid heeft zelf nooit geld, heeft ook geen geld nodig, de overheid creëert geld. De overheid moet ook onder normale omstandigheden een begrotingstekort hebben, want een begrotingstekort voor de overheid staat gelijk aan een begrotingsoverschot voor de niet-overheid (de private sector). Een begrotingstekort van de overheid is dus de enige manier voor de rest van de economie om er netto op vooruit te gaan.

Nieuw Met de scheiding van monetair en fiscaal beleid in de EMU is daar niets aan veranderd: de overheid moet nog steeds een begrotingstekort hebben om in de economie te kunnen blijven investeren en om een crisis te voorkomen en/of op te lossen. Maar wat nieuw is in de Europese Monetaire Unie is iets heel gevaarlijks. Van een soevereine staat met een eigen munt kan het geld namelijk nooit ‘op’ raken. De lidstaten binnen Euroland zijn echter net als de individuele staten van de VS: die moeten Washington om geld vragen (of krijgen dat automatisch). De federale staat creëert dat geld ex nihilo (‘fiat geld’) via het Federal Reserve System, en die kraan droogt nooit op. Maar de euro-lidstaten kunnen alleen aan fiat (uit het niets gecreëerd) geld komen via de Europese Centrale Bank – die als opdracht het ‘beheersen van inflatie’ heeft en bovendien, ook bij verdrag, niet hoeft te luisteren naar de wensen van de individuele lidstaten.

Rentes Hiermee is meteen een raadsel opgelost: hoe kan het dat Griekenland, Spanje, Portugal, Ierland en Italië zulke hoge rentes moeten betalen over hun staatsschuld? Hun overheidsschulden zijn wel hoog, maar dat zijn die van de VS of Japan ook! Waarom betalen de Japanners en de Amerikanen maar een fractie van de rente die bovengenoemde eurolanden betalen? De gebruikelijke verklaring wordt gezocht in het idee dat de Amerikanen de dollar hebben, de wereldmunt, en zich daardoor van alles kunnen permitteren dat wij ons niet kunnen permitteren. En de Japanners zouden de nationale overheidsschuld vooral ‘aan zichzelf’ verschuldigd zijn (aan brave binnenlandse pensioenfondsen en dergelijke), zodat ook daar de rente laag blijft.

Staatsschuld Maar dat is een groot misverstand. Om te beginnen moeten we eigenlijk af van het woord ‘staatsschuld’. Het is iets heel anders dan de schuld van een bedrijf of huishouden. De staatsschuld is niets meer of minder dan een verzameling spaarrekeningen bij de centrale bank, met een bepaalde looptijd en een bepaald rentepercentage. Aan het einde van de looptijd boekt de centrale bank de rente bij en mag de klant kiezen: een nieuwe ronde, of liever niet. Als de klant geen zin heeft om zijn geld op de spaarrekening te laten staat, wordt het bedrag overgeboekt naar een niet-rentedragende depositorekening bij dezelfde centrale bank. Daar maakt het deel uit van de bankreserves. Aan de totale uitstaande overheidsschuld verandert niets: een deposito bij de centrale bank is net zo goed overheidsschuld. Bedenk overigens dat niemand de soevereine staat kan dwingen om deze spaarrekeningen (de staatsobligaties) aan te bieden. Dit doen ze om de bankrente te sturen en om pensioenfondsen, banken en dergelijke de gelegenheid te geven risicovrij, rentedragend te sparen. Noodzakelijk is het bepaald niet.
Het contrast met Euroland is groot: de eurolanden geven, noodgedwongen, wel degelijk obligaties uit ter financiering van hun begrotingstekort. Het alternatief is niks meer uitgeven dan er aan belastinggeld binnenkomt, met als resultaat een economische recessie – een depressie inmiddels.

Markten De ‘financiële markten’ weten dat het de VS of Japan nooit enige moeite kan kosten om de rente bij te boeken. Maar ze weten ook dat de EMU-lidstaten precies dat niet kunnen: vandaar dat ‘de markt’ in Euroland de rente dicteert. Het is nergens voor nodig. We zouden het onszelf eenvoudig kunnen verbieden een staatsschuld te hebben (staatsobligaties uit te geven) en te eisen dat de ECB rentevrij alle fondsen verschaft die een lidstaat redelijkerwijs nodig heeft (bijv. op basis van bevolkingsaantal). Een begrotingstekort van 3% is daarbij, midden in een recessie, volkomen inadequaat. Bovendien zijn de 3% van het BBP als maximaal begrotingstekort, en 60% van het BBP als maximale overheidsschuld, arbitraire getallen. Waarom deze getallen en geen andere? En waarom op jaarbasis en niet over een decennium? Er is geen enkele zinnige economische basis voor deze in essentie arbitraire normen. Bovendien begrijpen zelfs de meest conservatieve economen (desnoods diep in hun hart) dat het afdwingen van pro-cyclisch fiscaal beleid niet snugger is. Met pro-cyclisch bedoelen we dan: de verwarming hoger zetten als het al heet is, en hem uitzetten als het vriest.

Onschuldig Jeroen Dijsselbloem en zijn voorganger De Jager beseffen dit niet en zijn onschuldige slachtoffers van hun eigen macro-economische onwetendheid, of ze beseffen het wel en zijn rücksichtsloze saneerders van het meest reactionaire soort. Het enige effect van begrotingsdiscipline is het krimpen van de economie: meer faillissementen en toenemende werkloosheid. Een krimpende economie geeft een lager Bruto Binnenlands Product. Maar het begrotingstekort en de staatsschuld stijgen daarmee automatisch als percentage ten opzichte van dat BBP (!). Het is dus een wiskundige wetmatigheid dat saneren en begrotingsdiscipline leidt tot een negatieve spiraal en een kunstmatig veroorzaakte, diepe economische depressie.

Dijsselbloem en De Jager hebben geen sociaal-economische kijk op de macro-economie maar een puur moralistische kijk. Ze verwarren getallen (geld) met de reële economie. Ze kunnen zich niet voorstellen dat een zelfstandig land iets anders kan zijn dan een huishouden of een bedrijf. Het zijn principiële, fundamentalistische anti-Keynesianen. Of het zijn dwazen.

Begrotingsfetisjist Het echte wonder is dat Dijsselbloem ongestoord al die tijd lid heeft mogen zijn van een partij die zich sociaaldemocratisch noemt. Met een dergelijke begrotingsfetisjist als minister van financiën mag de PvdA alle schijn laten varen dat ze zich inzet voor een ‘sterke en sociale’ samenleving. Begrotingsdiscipline in tijden van recessie is voor één partij manna uit de hemel: de financiële sector, want daarvan is de economie afhankelijk als de overheid het zichzelf verbiedt rentevrij geld te creëren. De vraag die we ons moeten stellen is heel eenvoudig: waarom mag de overheid niet doen (geld scheppen op een toetsenbord) wat private banken dagelijks routinematig doen (geld scheppen op een toetsenbord)? Waarbij het geld dat de overheid uitgeeft in de economie rentevrij is, terwijl over dat van de bank nog rente moet worden betaald. Banken creëren deposito’s terwijl ze schuld creëren, met niets meer dan een stopcontact, wat software en een paar stevige servertjes.

Schone Lei De problemen van de EMU-landen met hoge schulden en hoge rentes zijn – als de politieke wil er maar is – makkelijk op te lossen. De ECB kan rechtstreeks obligaties van de Eurolanden gaan aankopen. De lidstaten kunnen ook een streep door hun schulden zetten. Er bestaat een economische natuurwet (‘herontdekt’ door Michael Hudson, maar al bekend aan de Sumeriërs, de Egyptenaren en de Babyloniërs), en die luidt: ‘schulden die niet kunnen worden betaald, zullen niet worden betaald.’ Boven bepaalde waarden, zoals van toepassing in Griekenland, wordt zelfs het idee van betaling van rente en aflossing absurd. Dat gold voor de aan Duitsland opgelegde, in buitenlandse valuta genoteerde schulden na de Eerste Wereldoorlog, en dat geldt voor Griekenland net zo. De enige redelijke oplossing is dan een algehele afschrijving. Het enige wat de Griekse bevolking hoeft te zeggen is het volgende: ‘Beste financiers. U heeft nu meer dan genoeg rente van ons gevangen. Deze grap heeft lang genoeg geduurd. We zetten er een streep door en beginnen met een schone lei. Vaarwel.’ Die Schone Lei zou kunnen worden opgevolgd door directe financiering van de overheidsbudgetten door de ECB. De technische manier waarop de ECB de fondsen verschaft is minder belangrijk dan het feit dat ze het doet.

Aandoening Het begrotingsfetisjisme van Dijsselbloem en De Jager (en van het eufemistisch genaamde Stabiliteits- en Groeipact) is een levensgevaarlijke, door en door perverse aandoening. Waar het gaat om de seksuele voorkeuren onder ‘consenting adults’ heeft de rest van de maatschappij zich nergens mee te bemoeien. Maar deze geperverteerde economische waanideeën schaden de hele samenleving (met uitzondering van ‘de 1%’). We kunnen hen die eraan lijden niet straffeloos onbehandeld laten – niet wanneer ze het voor het zeggen hebben.

Advertenties

5 thoughts on “Het fundamentalisme van begrotingsfetisjist Dijsselbloem

  1. Herman, ik probeer te begrijpen waar je het over hebt als je spreekt van ‘publieke geldcreatie’.

    De banken scheppen het geld. Jij zegt dat ze deposito’s scheppen, maar het is toch zo dat ze gedeponeerd spaargeld als de verplichte reserve beschouwen, en dan tot tientallen keren zoveel mogen uitlenen? Ze scheppen geld in de vorm van leningen, van schuld. De spelregels worden bepaald door de BIS in Basel, die via de aangesloten centrale banken alle banken de wet voorschrijft. En dat zijn bijna alle centrale banken ter wereld; ook de allerlaatste vrije, door president Bush als schurkenstaten aangemerkte landen, komen nu één voor één onder de BIS-paraplu.

    Niets daarvan is als ‘publiek’ aan te merken. Als dat wel het geval was, zou staatsschuld inderdaad fictief zijn. Canada floreerde tussen 1940 en 1974, toen het gewoon zijn eigen, rentevrije geld schiep. Pas nadat een Baselse commissie er sterk op aandrong dat het land in plaats daarvan geld rentedragend moest gaan lenen bij de banken, begon de staatsschuld dramatisch te stijgen. En nu heerst ook in Canada de De Jager/Dijsselbloem-logica die stelt dat alleen drastische bezuinigingen het land er weer bovenop kunnen helpen.

    De veelbezongen en fel verdedigde ‘onafhankelijkheid’ van de centrale banken betekent toch niets anders dan dat het publiek, het volk, de politiek er niets meer over te zeggen heeft? Het bankenstelsel schept het geld en reguleert zichzelf.

    Daarom begrijp ik niet wat je bedoelt als je stelt dat ‘soevereine staten met een eigen munt geld creëren terwijl ze het uitgeven, en het vernietigen door het heffen van belastingen’.

    Dat klinkt bijna als een Orwelliaanse poging om ons in opperste verwarring te brengen, maar gezien de rest van je indrukwekkende betoog kan dat niet de bedoeling zijn geweest. De overheid (staat, regering, volk) heeft volgens mij nergens meer de macht om geld uit het niets te scheppen, en laat het daarom wel uit haar hoofd om het na inning in het niets te laten verdwijnen.

    Zou je dit nog eens nader willen toelichten? Hoe eenvoudiger dit verhaal uit de doeken kan worden gedaan, hoe sterker de roep om de echt noodzakelijke hervormingen zal worden. Om je te kunnen verzetten tegen uitbuiting, moet je wel eerst begrijpen hoe het werkt.

    • Bedankt voor je reactie.
      Het klopt dat de (private) banken geld scheppen, in de Economische en Monetaire Unie binnen de EU (dus: Euroland) zijn de banken ook de enigen die geld scheppen. In de EMU is de ECB de enige die rentevrij geld kan scheppen.
      De meeste andere landen in de wereld zijn monetair soeverein. Ze kunnen rentevrij nieuw geld in omloop brengen door goederen een diensten te kopen en zo in het publieke domein te brengen. (“Publieke geldcreatie”.) Maar dat ze dat technisch gesproken kunnen betekent niet dat ze het ook doen. Soms geven ze de centrale bank teveel zeggenschap. Deze staten hoeven ook geen rentedragende staatsschuld aan te gaan.
      Heel veel geld wordt inderdaad door de private banken gecreëerd, meestal in de vorm van hypotheekkrediet. Banken scheppen deposito’s tijdens het scheppen van schuld. Je verwijst naar fractional reserve banking, dat is een iets ander systeem dan wat de meeste landen hebben. In de praktijk scheppen banken het krediet/de schuld en zoeken ze achteraf naar de reserves. (Die lenen ze desnoods bij andere banken of bij de Centrale Bank.)
      Ik denk dat je twee dingen door elkaar haalt: het bestaan van een rentedragende staatsschuld en de noodzaak van het aangaan van rentedragende staatsschuld. Voor een monetair soevereine staat is het uitgeven van obligaties niet noodzakelijk, het is een vrijwillige keuze. Of het een goed idee is is een andere vraag.
      Ik heb het nog steeds over monetair soevereine staten, niet over de eurolanden (voor ons is er weinig keus). Een rentedragende staatsschuld betekent dat bankreserves (netto spaargeld van de private sector) worden omgezet naar een spaarrekening, waar het een bepaalde tijd wordt vastgezet. Je moet een bankreserve beschouwen als een “betaalrekening” bij de Centrale Bank. Als je dan obligaties koopt, zet je je geld zoveel jaar vast op een “spaarrekening”. Na de looptijd wordt het geld weer teruggeboekt, met rente. Het staat nu weer op de “betaalrekening”, waar je geen rente over krijgt, maar waar het vrij opneembaar is. Interessant is hier dat de staatsschuld (de uitstaande obligaties) de totale schuld van de overheid niet verandert (!). Als de staat 1 miljard “leent” van de niet-overheid, leent de staat het miljard dat ze eerder al had uitgegeven in de economie. Als de staat 1 miljard aan uit het niets gecreëerd geld geeft aan de niet-overheid, dan is dat een “schuld” van de overheid aan de niet-overheid (in ruil voor goederen en diensten). Het is al vermogen van de niet-overheid en schuld van de overheid. Het enige dat de overheid dan besluit is om over die schuld voortaan rente te betalen, op voorwaarde dat het een tijdje vast komt te zitten.

      Zo’n betaling van rente is nooit een financieel probleem voor de monetair soevereine staat. Want dat wordt gewoon bijgeboekt op dezelfde manier als die betaling aan het bouwbedrijf. Maar het maakt natuurlijk de vermogens wel groter. Dat is leuk als het gaat om pensioenfondsen, maar minder gezond als het gaat om de rijken die toch al teveel geld hebben. Nominaal gaan de mensen zonder spaargeld er niet van achteruit, maar relatief gezien wel, en dus in koopkracht.

      Mijn browser begint vast te lopen dus ik plaats dit alvast even.

    • Nu ik dat zo herlees weet ik niet of het nou duidelijker is of niet. 🙂
      Ik kom er nog op terug.
      Laat ik voor nu zeggen dat het een misverstand is dat de staten, via hun centrale bank, geen nieuw, rentevrij geld zouden kunnen creëren. Het probleem is dat ze dat niet genoeg doen of voor de verkeerde doelen; en dat de private banken de economie in de wielen rijden met het scheppen van zeepbellen. Okee, de Fed is een nominaal private club (toch staat die in feite wel in dienst van de staat). Maar veel belangrijker is dat de Amerikaanse overheid zelf in dienst is van Wall Street
      Een aanrader is het boekje Modern Money Theory van L. Randall Wray. Ik heb het uit de VS moeten laten komen, als je geïnteresseerd bent wil ik wel een paar belangrijke hoofdstukken scannen en als PDF opsturen (mail dan even naar herman.m at gmx.com). Verder staat er veel op http://neweconomicperspectives.org en http://michael-hudson.com.

      • Inderdaad was je eerste reactie voor mij weinig verhelderend, en dat geldt waarschijnlijk voor de meeste mensen die ernaar snakken om te begrijpen hoe het systeem is ingericht.
        Naar mijn idee zijn er hele volksstammen die niets liever willen dan meer gelijk, vrijheid en broederschap, maar ze gaan niet in een Occupy-tentje op de ME wachten.
        Ik heb veel waardering voor je uitgebreide antwoord, maar voor succes en grootschalige aandacht moet het echt eenvoudiger.

        Verder lijken we van mening te verschillen over de tegenstelling tussen de ‘overheid’ en het bankenstelsel. Volgens mij is de overheid (de staat) het enige wapen dat we met enige hoop op succes in stelling kunnen brengen tegen de BIS-piramide.

        Dankjewel voor de verwijzingen; Michael Hudson kan inderdaad verhelderend vertellen, en legt de vinger snel op de zere plek. Waarom komt die man niet aan het woord in onze media?
        Ook maak ik graag gebruik van je aanbod; alvast hartelijk dank!

  2. Van Michael Hudson zijn wel stukken gepubliceerd in de Frankfurter Allgemeine Zeitung.
    Als iets dergelijks ook Nederland is verschenen, heb ik het gemist. Nou ja, dit blogje dan hè, 😉 de helft zijn vertaalde stukken van Hudson.
    Misschien is Nederland toch te klein om mee te doen in de grotemensenwereld. ^^
    Ik zal de scanner eens laten rollen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s