De economische oogkleppen van Paul Krugman

Door Michael Hudson

Paul Krugman levert in zijn columns in de New York Times kritiek op de Republikeinen, die strenge bezuinigingen eisen om de begroting op orde te brengen. Om die columns wordt hij gewaardeerd. Hij stelt terecht dat bezuinigen op publieke uitgaven de economische depressie waarin we wegzinken, zal verergeren. Ook heeft hij, ondanks zijn partijdigheid aan de Democratische Partij, in 2009 vanaf het begin gewaarschuwd dat president Obama, toen die met een bescheiden, anti-cyclisch bestedingsprogramma kwam, niet stevig genoeg optrad om herstel te laten intreden.

Het zijn de thema’s van zijn nieuwe boek, End This Depression Now (“Maak nu een einde aan deze depressie”). Hij gelooft op de ouderwetse Keynesiaanse manier dat de overheid een gebrek aan vraag in de markt kan oplossen door het overheidstekort te laten oplopen. Het zou moeten beginnen met een bijdrage van 300 miljard dollar per jaar aan staten en gemeenten. Daarvan staan de budgetten onder grote druk, door het afnemen van de grondbelasting en de algehele vertraging van de economie.

Krugman biedt marginale kritiek
Dat is tot zover allemaal een goed idee. Maar daar stopt Krugman. Alsof dat alles is wat er op dit moment nodig is. Zo heeft hij zich in het strijdperk begeven met intellectuele dwergen. Het verzwakt zijn betoog. De aandacht wordt ermee afgeleid van wat echt nodig is om aan die financiële en fiscale depressie te ontkomen.

Krugman richt zijn pijlen vooral op de voorstanders van fiscaal evenwicht. Zo hoopt hij dat niet de aandacht wordt gevestigd op de dingen die hij niet noodzakelijk vindt. Hij lijkt het bijvoorbeeld niet nodig te vinden om schulden af te schrijven. Het enige dat nodig zou zijn, is het verlagen van het rentepercentage op bestaande schulden, zodat ze door de economie gedragen kunnen blijven worden.

Belastingen, banken en onroerend goed
Krugman pleit er ook niet voor dat de belastingdruk wordt weggehaald van de factor arbeid, en wordt overgeheveld op onroerend goed. Om een voorbeeld te noemen, blijkbaar kan de Amerikaanse staat Californië volgens hem prima leven met “Voorstel 13” – het bevriezen van belastingen op commercieel en privaat onroerend goed op niveaus van tijden geleden. Deze wet heeft de staat fiscaal gewurgd. Het heeft geleid tot een explosie van de huizenprijzen, doordat banken veel te hoge hypotheken verstrekten. Als het belastingstelsel de waardestijging van de grond onbelast laat, is het effect in de praktijk niet dat burgers meer geld hebben om te besteden. Integendeel, de waarde die eigenlijk belast zou moeten worden, is zo beschikbaar om te dienen als onderpand voor nieuwe en steeds hogere leningen van banken. In plaats van meer inkomsten voor de overheid gaat alleen de hoeveelheid schuld die de economie met zich mee moet dragen, omhoog. Maar in de teksten van Krugman vinden we geen spoor van de noodzaak om die fatale verschuivingen in het belastingstelsel te repareren. De belastingen in de VS zijn verschoven van onroerend goed en de financiële sector naar inkomstenbelasting en omzetbelasting. Dat betekent dat de lasten worden gedragen door de productieve sector, in plaats van door de sector die juist geld onttrekt (in de vorm van rente en huur) aan de economie. Hier moet een omwenteling in komen. Maar Krugman heeft het slechts over het herstellen van een wat progressievere belasting.

Een echt progressief belastingstelsel
Wat Krugman zo suggereert is dat de overheid de bestaande financiële structuren en belastingstructuren zou moeten subsidiëren. Daarbij worden de schulden in stand gehouden, en wordt het regressieve, oneerlijke en inefficiënte belastingstelsel genegeerd. Het stelsel is oneerlijk omdat de winst van de rijken – erger nog, hun vermogensaanwas (het geld dat ze verdienen met vermogen en onroerend goed, dus in hun slaap) wordt belast tegen lagere tarieven dan de belasting op inkomen uit productieve activiteiten. Daarbij zit het systeem vol met aftrekposten, mazen in de wet, teruggaven en subsidies.
Krugman pleit voor investeringen in de publieke infrastructuur. Door het stijgen van de waarde van onroerend goed (beter gezegd: land) in de buurt van de verbeterde infrastructuur, profiteren de rijken van deze investeringen. Maar geen woord over het teruginnen van die winst gemaakt op de rug van publieke investeringen. Overheden kunnen, in plaats van het heffen van belastingen, uiteraard hun eigen geld creëren (behalve in Europa, door de regels van de monetaire unie daar). Maar sommige belastingen zijn in een faire economie volkomen terecht, vooral de belastingen op gratis winsten zoals in het bovenstaande voorbeeld: het stijgen van de waarde van grond door publieke investeringen in wegen of openbaar vervoer.

De financiële en de vastgoedsector profiteren van een pervers belastingstelsel
Het is dus belangrijk om op te merken dat dit soort dingen juist niet door Krugman worden genoemd. Ooit speelden ze een belangrijke rol in de politiek van de Democratische Partij. Dat was nog voordat Wall Street in de partij de zaak overnam, via hun bijdragen aan de campagnekas. Dat was nog voordat in de Citizens United-rechtszaak werd besloten dat corporaties gelijk staan aan “mensen” (zodat gefortuneerde “stemmers”, lees: banken, zoveel geld in campagnes kunnen stoppen als ze willen). Meer dan een eeuw lang begrepen economen de noodzaak dat financiële hervorming en belastinghervorming samen zouden gaan. Dit heeft men laten liggen. In plaats daarvan is de financiële sector erin geslaagd – samen met zijn belangrijkste klant, de vastgoedsector – om de grondbelasting terug te dringen en de economie van belastingen te “bevrijden”. De opbrengst daarvan kan in plaats van aan de belastingdienst, nu aan de banken worden gegeven – in de vorm van rente op steeds hogere leningen met als onderpand steeds duurder onroerend goed. De economie als geheel wordt zo overladen met private en publieke schuld.

“Schuld speelt geen rol ”
Als het aan Krugman ligt worden private schulden niet afgeschreven of teruggebracht, en hoeft het belastingstelsel niet efficiënter worden gemaakt. Er moet juist meer gesubsidieerd worden – vooral met makkelijker bankkrediet en meer overheidsuitgaven. Ik ben bang dat een andere ondertitel voor zijn boek net zo passend was geweest: “Hoe de economie zich uit de schulden kan lenen.” Want dat doen overheidstekorten: ze zorgen voor een hogere overheidsschuld. In Europa ontbreekt het aan een centrale bank die de overheidstekorten kan opvangen door het creëren van geld. Daar moet aan obligatiehouders rente worden betaald over de staatsleningen. In de Verenigde Staten kan de Federal Reserve deze schulden financieren door het scheppen van nieuw geld. Het effect blijft het subsidiëren van de binnenlandse schuldenlast.

Paul Krugman begon zich de afgelopen maand te ergeren aan mensen die het schuldenprobleem zelfs maar noemen. In de New York Times van afgelopen vrijdag schreef hij: “Elke keer wanneer zo’n verwaande politicus of deskundoloog weer eens begint over hoe overheidstekorten een last zijn op de schouders van de volgende generatie, bedenk dan dat het grootste probleem van jonge Amerikanen van vandaag de dag niet de toekomstige schuldenlast is.” 1

Schulddeflatie
Het probleem van de huidige economie is schulddeflatie. Als Krugman dat niet inziet (en de meeste economen zien dat niet in), ziet hij helaas ook niet de noodzaak van het afschrijven van schuld, van een nieuwe structuur voor het financiële stelsel, en van een verschuiving in het belastingstelsel ten gunste van arbeid, en ten nadele van onroerend goed, winst uit rente en huur, en winst uit vermogen (waardestijging). Met zijn armoedige verzameling aanbevelingen verdedigt Krugman dus de status quo, en wat mij betreft maakt dat Krugman niet “links”, ondanks zijn reputatie, maar een conservatief.

Structurele problemen
Veel van zijn lezers vestigen hun hoop op Krugman, als tegenwicht tegen de nog ergere Republikeinse politiek. Maar kan dat echt erger zijn dan het beleid (“Rubinomics”) omarmd door Summers, Geithner, Emanuel en andere uit Wall Street afkomstige Democraten? Ik kan Krugman aanmoedigen steviger stelling in te nemen. Maar ik ben bang dat hij zich heeft bekeerd tot de “Rubinomics”-vleugel van zijn partij. Hij hamert erop dat schuld niet van belang is. Bankfraude, rommelhypotheken en casino-kapitalisme vormen voor hem geen probleem, of in ieder geval niet zo’n ernstig pobleem dat hogere overheidstekorten het niet kunnen oplossen. Republikeinen die de nadruk leggen op structurele werkloosheid krijgen kritiek: “Figuren met de schijn van autoriteit staan erop dat onze problemen ‘structureel’ zijn, dat ze niet snel kunnen worden opgelost. … Wat betekent het als we zeggen dat we een structureel werkloosheidsprobleem hebben? In de gebruikelijke versie betreft het de claim dat Amerikaanse werknemers vastzitten in de verkeerde bedrijfstak, of dat ze de verkeerde opleiding hebben.” 2

Op deze manier vernauwt hij de betekenis van “structurele hervorming”, alsof dit alleen zou slaan op de rechtse economen van de Chicago School, voor wie het “structurele” aan de huidige werkloosheid erop slaat dat werknemers voor de verkeerde banen zijn opgeleid. Zo wordt de aandacht afgeleid van de prangende zaken die wel degelijk structureel zijn.

De “free lunch”
Met het woord structureel wordt verwezen naar systemische onbalansen zoals de schuldenlast, het juridisch stelsel (met name oneerlijke en slecht werkende faillissementswetten en regelgeving tegen financiële fraude) en de verdeling van de welvaart in het algemeen. Om een voorbeeld te noemen: in 1979 heb ik, in mijn boek over Canada in de Nieuwe Monetaire Orde (Canada in the New Monetary Order) het economisch structuralisme vergeleken met het monetarisme van de Chicago School. Die discussie heb ik uitgewerkt in mijn standaardwerk over handel, ontwikkeling en buitenlandse schuld (Trade, Development and Foreign Debt, nieuwe editie, 2010). De traditie is gegrond in het hervormingsprogramma van de Progressive Era in de Verenigde Staten (de periode van sociale hervorming, uitbreiding van de democratie en progressief activisme in de jaren 1890-1920, vert.). De klassieke politieke economie ging nu juist precies over het herstellen van de structurele en institutionele scheefgroei in de economie: financieel parasitisme en het exploiteren van privileges in de vorm van rente en huur. Met andere woorden, de “free lunch” waarvan Milton Friedman beweerde dat hij niet bestond. Uiteraard hebben de neoklassieke economen ernaar gestreefd dit onderwerp uit te bannen uit het economisch onderwijs. Vanuit het perspectief van de neoklassieke auteurs en dereguleerders zoals Rubin, verdwijnt het probleem simpelweg: gigantische, onbetaalbaar hoge schulden, die nog uitdijen door gestapelde rente (en boetes), zijn geen probleem voor ze.

Het zwarte gat van de endogene geldcreatie – Krugman als “beginner”
We staan in de huidige economie dan ook voor een fundamentele keuze: gaan we het wegsluizen van inkomen en vermogen richting financiële instellingen aan de top van de economische piramide een halt toeroepen? Of gaan we de polarisatie tussen schuldeisers en schuldenaars zoals die de afgelopen dertig jaar heeft plaatsgevonden, omkeren? Het is moeilijker om kritiek te hebben op wat iemand achterwege laat dan op wat iemand daadwerkelijk doet. Maar een maand geleden verdween het verschil tussen die twee dingen, toen Krugman verdwaald raakte in het zwarte gat van bankieren, de financiële sector en de internationale handelstheorie. Zoveel neoklassieke economen, en Keynesianen-oude-stijl zijn erdoor verzwolgen. Krugman hamerde erop dat banken geen krediet scheppen, behalve door het lenen van reserves – zodat (wat hem betreft) de kredieten die banken verstrekken niets meer betekenen dan dat de spaartegoeden van de rijken worden overgeheveld naar hen die meer geneigd zijn om te consumeren. In een kritiek op Steve Keen3 (die onlangs een tweede editie publiceerde van Debunking Economics, een prachtig boek waarin hij de dynamiek van endogene geldcreatie uitlegt) zegt Krugman:

Keen komt dan met de stelling dat het verstrekken van een lening per definitie (voor zover ik het begrijp) toevoegt aan de totale vraag in de economie. Ik denk niet dat ik daar ook maar iets van begrijp. Als ik besluit om wat minder uit te gaan geven, en ik stop het geld in een bank, die het dan weer uitleent aan iemand anders, hoeft dat geen netto toename in vraag voor te stellen. Natuurlijk wordt het verstrekken van leningen in sommige (vele) gevallen geassocieerd met een toenemende vraag, omdat fondsen worden overgeheveld naar mensen met een grotere neiging tot uitgeven. Maar het lijkt alsof Keen iets anders zegt, en ik ben er niet zeker van wat dat is. Misschien heeft het iets te maken met de notie dat “geld scheppen = vraag scheppen”, maar dat klopt, nogmaals, in geen enkel model dat ik begrijp.

Keen zegt dat dat komt doordat, als je eenmaal de banken erbij neemt, het verstrekken van leningen de geldhoeveelheid laat toenemen. Goed, maar waarom zou dat wat uitmaken? Hij lijkt ervan uit te gaan dat de totale vraag niet kan toenemen tenzij de geldhoeveelheid toeneemt, maar dat is alleen waar als de omloopsnelheid van geld niet verandert.4

Maar “omloopsnelheid” is niets meer dan een loze variabele om eender welke vergelijking in “balans” te brengen. Als neoklassieke econoom is Krugman niet bereid om te erkennen dat banken niet alleen krediet scheppen – ze scheppen ook schuld terwijl ze krediet scheppen. Dat is de essentie van balansboekhouden. Krugman schrijft als een beginner als hij ons de mythe voorhoudt dat banken alleen geld kunnen uitlenen dat ze van spaarders hebben gekregen. Alsof het om ouderwetse spaarbanken zou gaan, in plaats van om “endogene geldscheppers”, zoals Steve Keen het noemt. In werkelijkheid scheppen banken, elektronisch, deposito’s bij het verstrekken van leningen.

Krugmans economische fictie
Krugman gaat nog verder dan zijn bewering dat schuldcreatie door banken niet uitmaakt. Mensen beslissen, aldus Krugman, hoeveel van hun inkomen ze willen sparen, of hoeveel ze willen lenen om te kopen wat ze zich (met hun achtergebleven lonen) niet meer kunnen veroorloven. Het is allemaal een kwestie van keuze, niet noodzaak, zegt hij (het neoklassieke eufemisme is “prijs-inelastisch”):

Om te beginnen moet elke individuele bank het geld uitlenen dat het in deposito’s heeft. Leningenverstrekkers kunnen niet zomaar uit het niets cheques uitschrijven; net als werknemers van eender welke financiële dienstverlener moeten ze activa kopen met beschikbare fondsen.

Hoeveel deviezen besluit het publiek dan op zak te houden, tegenover de fondsen die men in een deposito op de bank zet? Dat is een economische beslissing, afhankelijk van zaken als inkomen, prijzen, rentepercentages, enz. Met andere woorden, we zijn weer beland in het domein van de doodgewone economie, waarin beslissingen in de marge worden gemaakt. Banken zijn belangrijk, maar ze nemen ons niet mee naar een alternatief economisch universum.

Onder wat ik allemaal lees over het bankstelsel … tref ik vaak het idee aan dat banken krediet kunnen creëren uit het niets. Ik hoor mensen hevig ontkennen dat de mate waarin banken kunnen uitlenen, wordt beperkt door hun deposito’s; of dat de monetaire basis enige rol van betekenis speelt. Het verhaal gaat dan dat banken nauwelijks reserves hebben (hetgeen klopt) zodat de creatie of vernietiging van reserves door de Federal Reserve geen effect heeft.5

Niet alleen creëren banken wel degelijk nieuw krediet – schuld, vanuit het gezichtspunt van hun klanten – maar waar progressieve overheidsuitgaven en reguleringen ontbreken is deze schepping van nieuwe schuld ook nog eens de enige manier waarop de Amerikaanse economie is ontkomen aan een hevige krimp van de consumptie. Want sinds het einde van de jaren 1970 zijn de reële lonen gestagneerd. Het aanbod van de banken is er één dat de meeste mensen niet kunnen weigeren: “Neem een hypotheek of stel het zonder huis.” Of: “Neem een studentenlening of stel het zonder opleiding en probeer een baantje te krijgen bij McDonald’s.” Met andere woorden: “Je geld of je leven.” Banken hebben het door de eeuwen heen gezegd.

Hypotheekbanken hebben de Amerikaanse werknemer eronder
Het verschil is dat ze nu vrijelijk krediet kunnen scheppen. Alan Greenspan verklaarde tegenover commissies in de Amerikaanse Senaat dat werknemers “één loonstrook verwijderd zijn van dakloosheid.” Ze hebben zoveel schulden dat ze bang zijn om ontslagen te worden als ze zouden klagen over slechte arbeidsomstandigheden, of hogere lonen zouden eisen (laat staan dat ze zich verenigen in een vakbond). Als ze een maandsalaris overslaan schiet hun creditcard-rente naar de 29%. En als ze een maand geen hypotheekrente overmaken krijgen ze wellicht te maken met een faillissement en zijn ze hun huis kwijt. Het bankstelsel koeioneert zo de bevolking met zijn vermogen tot het scheppen van krediet en schuld.

Wisselkoers, devaluatie en internationale schuld
De blinde vlek van Krugman wat betreft de schuldenlast spoort ook niet met de internationale handelsleer. Als bijvoorbeeld Griekenland de Eurozone verlaat en zijn munteenheid (de drachme) devalueert, zullen schulden genoteerd in euro’s of andere harde valuta proportioneel stijgen. Griekenland kan dus niet uittreden zonder zijn schulden op te zeggen; advocatenkantoren zullen de champagne opentrekken. Maar Paul Krugman gelooft in de neoklassieke flauwekul dat, om de kosten van arbeid op nationaal vlak te verlagen, alleen “devaluatie” nodig is. Hij lijkt onverschillig te staan tegenover de ellende die bezuinigingspolitiek landen oplegt, zoals in de Latijns-Amerikaanse landen die vanaf de jaren 1970 leden onder de bezuinigingsplannen van het IMF. Kosten kunnen “in lijn worden gebracht door het aanpassen van de wisselkoersen.”6 Het probleem zijn dus slechts die wisselkoersen, die te vertalen zijn in de arbeidskosten. Afwaardering van de munt zou (in Krugmans handelstheorie) de kosten van arbeid en andere binnenlandse kosten naar beneden brengen. Zo kunnen overheden niet alleen de import weer met de export in balans brengen, maar kunnen ze ook hun schulden afbetalen – die in buitenlandse valuta genoteerd zijn (en dus stijgen ten opzichte van de gedevalueerde binnenlandse munt).

Als dat echt zo zou zijn, had Duitsland de schuld van zijn herstelbetalingen voor de Eerste Wereldoorlog kunnen afbetalen, door het devalueren van de mark in 1921. Maar die mark werd wel een miljard keer gedevalueerd, en ook dat was niet voldoende om te kunnen betalen. Het ontgaat zowel de neoklassieke handelstheoretici als de monetaristen van de Chicago School, dat wanneer publieke of private schulden in buitenlandse (harde) valuta staat genoteerd, devaluatie leidt tot verwoesting van de economie. De afgelopen halve eeuw heeft dit telkens weer laten zien – met IJsland als het meest recente voorbeeld. Binnenlands bezit komt in buitenlandse handen. Die “buitenlandse handen” kunnen overigens ook binnenlandse elites zijn die opereren vanuit hun buitenlandse rekeningen (in dollars of Zwitserse franken).

Concurrentiepositie
Deze blindheid tegenover het schuldenprobleem heeft in het bijzonder absurde consequenties als ze wordt toegepast op een analyse van de vraag naar het verlies van de Amerikaanse concurrentiepositie op de exportmarkt. Hoe kan de Amerikaanse industrie in vredesnaam concurreren als werknemers zo’n 40% van hun lonen besteden aan woonlasten (waar veel schuld inzit), nog 10% aan studieschulden, creditcard- en andere schuld aan banken, 15% aan belastingen voor sociale zekerheid en ziektekosten, en dan nog 10 à 15% aan loon- en omzetbelasting? Tussen de 75 en 80 procent van de loonbetalingen wordt geabsorbeerd door de financiële sector (banken en verzekeraars), voordat werknemers er maar over kunnen denken het uit te geven aan goederen en diensten. Geen wonder dat de economie krimpt en verkoopcijfers achterblijven, evenals investeringen en de werkgelegenheid.

Krugman wil dus het begrotingstekort laten oplopen. Hoe gaat dat iets doen aan de omvang van het schuldenprobleem? Krugman stelt voor dat staten en gemeenten in staat moeten worden gesteld om meer uit te geven en ontslagen te vermijden, terwijl het “Pentagon-kapitalisme” van het militair-industrieel complex wordt uitgebreid. Maar tot nog toe is de recente, enorme toename van overheidsschuld gaan zitten in het redden van de banken, niet in het helpen herstellen van de reële economie.

Investeren alleen is niet genoeg
Het laten oplopen van de schuldenlast van Europese staten heeft dezelfde nare effecten. Duitsland weigert Griekenland verder te redden, tenzij Griekenland zijn topzware overheid en inefficiënte bureaucratie gaat stroomlijnen, belastingontduiking van de rijken en corruptie gaat aanpakken, kortom, meer Duits gaat worden. Krugman heeft kritiek op die Amerikanen die geobsedeerd zijn met het terugdringen van het begrotingstekort. Maar zij kunnen wijzen op spilzucht bij de overheid, het gebrek aan onderscheid tussen echte investeringen in intrastructuur en de spreekwoordelijke wegen die halverwege ophouden, aangelegd uit puur politieke en electorale motieven. Ze kunnen wijzen op de aftrekposten en mazen in de belastingwetten, gecreëerd door politici die hun campagnes laten sponsoren door financiële, onroerend goed- en monopoliebelangen.

Schulden die niet kunnen worden terugbetaald, worden niet terugbetaald
Krugman dreigt te worden opgeslokt door het zwarte gat van Rubinomics, waar wel meer Democraten dan alleen Rubin in zijn verdwenen. Licht, in de vorm van een helder inzicht in het schuldenprobleem en in kwalijke financiële en wettelijke structuren, kan er niet uit ontsnappen. De enige variabelen die hij erkent zijn vrij van “structuur”. Dat wil zeggen, de federale overheid kan gewoon meer uitgeven en de rente verlagen (vooral op hypotheken) zodat de last van hogere hypotheekschulden en studieschulden, persoonlijke schulden en schulden van bedrijven makkelijker kunnen worden gedragen. Iets van die schuld afschrijven? Nergens voor nodig. Maar het afschrijven van schuld is juist de logische, voor de hand liggende structurele oplossing. Het ligt alleen totaal buiten het spectrum van Krugmans neoklassieke economische opvoeding. Hij ziet niet in dat schulden die niet kunnen worden terugbetaald, niet zullen worden terugbetaald. Dat is het directe probleem waar de Amerikaanse en Europese economieën mee te maken hebben. Hoe dit probleem opgelost gaat worden zal de toekomst van de komende generatie gaan bepalen.

Krugman: banken bestaan niet
Het probleem met Krugmans analyse is dat het creëren van schuld door banken geen rol speelt bij zijn voorstellen om de economie te redden. Hij doet alsof de economie werkt zonder financiële rijkdom of schuld, slechts op basis van koopkracht die van de overheid de economie instroomt, en die dan wordt besteed aan consumptiegoederen, investeringen en belastingen. Alsof die niet besteed zou worden aan het afbetalen van schulden, het opzijzetten van bijdragen aan het pensioenfonds, of het opblazen van nieuwe zeepbellen. Als de overheid maar genoeg geld uitgeeft, het begrotingstekort hoog genoeg laat oplopen om, à la Keynes, geld in de economie te laten stromen, dan kan de economie genoeg opleven om “zich een weg uit de schulden te verdienen.” De misplaatste aanname is dat de overheid op brede schaal de economie kan herstellen, genoeg om de individuen die de hypotheken, studieschulden en andere schulden zijn aangegaan, op adem te laten komen.

Maar als je de rol die schuld speelt niet erkent, en als je geen rekening houdt met de enorme mate van negatief vermogen (als de waarde van huizen en ander onroerend goed onder de hypotheeksom zakt) en met bedrijven die minder verdienen dan ze aan rente betalen, kun je niet zien wat de (Amerikaanse) industrie belet om meer te exporteren. Dat is de enorme schuldenlast, waardoor inkomen wegsijpelt naar de FIRE-sector (financiën, verzekeringen en onroerend goed). Hoe kunnen arbeiders uit de VS concurreren met buitenlandse arbeid, als werknemers en werkgevers zoveel moeten ophoesten? Rente over hypotheekschuld om te wonen, rente over studieschuld om te studeren, ziektekostenverzekeringen en de premies voor de sociale zekerheid, rente over creditcardschuld – en dat alles voordat zelfs maar een dollar is uitgegeven aan goederen en diensten.

Een spaak in het wiel van de Wet van Say
Hoe kunnen werknemers zich zelfs maar dat veroorloven wat ze zelf produceren? Het probleem dat de kringloop tussen producenten en consumenten (de Wet van Say) een spaak in het wiel steekt is niet dat er teveel “gespaard” zou worden. Het is het afbetalen van schuld. En tenzij schulden worden afgeschreven zal de Amerikaanse economie gaan krimpen, net zoals dat het geval is met de economieën van Griekenland, Spanje, Portugal, Italië, Ierland, IJsland en andere landen die zijn onderworpen aan de Washington Consensus van het neoliberale bezuinigingsbeleid.

Noten:
1. http://www.nytimes.com/2012/05/11/opinion/krugman-easy-useless-economics.html
2. http://www.nytimes.com/2012/05/11/opinion/krugman-easy-useless-economics.html
3. http://www.debtdeflation.com/blogs/2012/04/04/krugman-apologises/
4. http://krugman.blogs.nytimes.com/2012/03/27/minksy-and-methodology-wonkish/
5. http://krugman.blogs.nytimes.com/2012/03/30/banking-mysticism-continued/?emc=eta1
6. http://www.nytimes.com/2010/04/30/opinion/30krugman.html

© Michael Hudson, 2012. Dit stuk is een vertaling en lichte bewerking van het artikel Paul Krugman’s Economic Blinders gepubliceerd op 14 mei 2012. Vertaling: Herman Meester.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s